Talent versus volharding

Waarom blijven organisaties zo zwaar inzetten op talent terwijl we weten dat presteren niets met talent te maken heeft? We weten dat harder werken meer vruchten afwerpt dan talent en toch blijven we vasthouden aan dat oude vertrouwde concept ‘talent’.
Het is hoogleraar Angela Duckworth die zich hierover verbaast in haar boek ‘De Gritfactor’. Grit is Amerikaans voor vasthoudendheid of vastberadenheid. Dit boek gaat over vasthoudendheid en doorzetten wanneer het moeilijk wordt. Angela Duckworth staat op de schouders van grote namen als Martin Seligman (haar docent) en Carol Dweck. Desondanks komt ze met een volkomen eigen geluid. 

Duckworth komt met dat begrip voor het eerst in aanraking wanneer ze de Military Academy in West Point bezoekt. De vraag die daar centraal stond was: kun je van te voren inschatten welke nieuwe cadetten zouden blijven en welke zouden vertrekken? Het bleek dat de echte toppers toonbeelden waren van doorzettingsvermogen. Hun passie bleef, ook als het moeilijk bleef. In welke mate benader je het leven als grit?, is de vraag die Duckworth bezig zou gaan houden.
Wat interessant te lezen is dat Duckwort zich in feite afzet tegen het concept ‘talent’ dat haar oud werkgever McKinsey aanzwengelde  met het overbekende ‘The war for talent’ .

Lange tijd bekroop me het gevoel dat ‘grit’ datgene is wat Carol Dweck ‘groei mindset’ noemt. Maar dat misverstand wordt gaandeweg door de auteur opgeruimd. En ook zien we parallellen met het werk van Seligman die de wereld ‘de optimistische psychologie’ heeft geschonken. Duckworth’s lijn is: groeimindset leidt tot optimistische gedachten en die hebben volharding en passie (grit) nodig bij tegenslag.

Grit heeft iets Darwiaans: namelijk dat passie en hard werken belangrijker zijn dan je intellectuele vermogens. Een belangrijke boodschap van de wetenschap die echter te weinig bekendheid lijkt te hebben in zowel het bedrijfsleven als op scholen. Succes is voor Duckworth: vaardigheid * inspanning. Maar wel inspanning waar je van houdt, dus met passie. Dat roept natuurlijk vragen op, niet iedereen kan dingen doen die hij leuk wil. Maar de auteur heeft zelf op dit punt het goede voorbeeld gegeven: ze stopt als wiskunde lerares en besluit psychologie te gaan doceren en verhuist van de ene kant van de VS naar de andere kant. Grit is een ‘instelling’ waar veel bedrijven hun oren toch voor zouden spitsen als ze het volgende zouden vernemen: Grit mensen hebben allemaal ‘Kaizen’, continue ontwikkeling: het beter willen doen dan de vorige keer. De link naar Lean is dan ook snel gelegd. Misschien is dat iets wat we de auteur een klein beetje kunnen verwijten: hoe deze academische concepten gelinkt kunnen worden met de eigentijdse organisatie thema’s. Dat komt niet aan de orde. Hoe kan grit helpen vraagstukken op te lossen van visie, klantgerichtheid en resultaatgerichtheid en wat betekent het voor onze cultuur?, om maar iets te noemen.
Maar met die omissie is m.i. goed te leven. Weliswaar is grit een concept dat mensen nauwelijks  zullen kennen, het woord al helemaal niet, maar de betekenis ervan: afmaken, volhouden, doorzettingsvermogen, zou wel eens aan waarden van veel organisaties kunnen appelleren. Duckworth begrijpt als geen ander dat haar concept grit niet het aller belangrijkste concept is, maar dat het wel een belangrijke schakel is in ‘de marathon van ons eigen leven’.


Peter de Roode